Duurzaamheid en geloof
Wie is niet onder de indruk van de schilderijen van Rembrandt, de Deltawerken of de huidige stand van de medische wetenschap. Het zijn totaal verschillende zaken, maar wel voortgebracht door de Westerse cultuur. Wanneer we de resultaten van de afgelopen paar honderd jaar overzien dan lijkt de rij van zegeningen in deze cultuur eindeloos: een hoge levensstandaard, goed toegankelijk onderwijs en wetenschap van niveau, enorme mobiliteit en daaraan gekoppelde vrijheid, vrijheid van godsdienst en meningsuiting, een democratisch stelsel, emancipatie van vrouwen, etc., etc. Het lijkt vandaag de dag allemaal zo vanzelfsprekend, maar dat is het allerminst. Kijk maar eens naar het leven van uw grootouders of overgrootouders. In korte tijd is er ontzettend veel veranderd. Voortschrijdend inzicht opent echter ook steeds meer de ogen voor een aantal schaduwzijden van deze culturele ontwikkeling. Zo beïnvloedt de mensheid voor het eerst in de geschiedenis de natuur op een globale en fundamentele wijze. Klimaatverandering is hiervan een duidelijk voorbeeld, maar ook vormen van vervuiling, overbevissing en de sterke afname van diversiteit in de wereld van planten en dieren. Ons huidige levenspatroon in het Westen stelt met haar schaduwzijden de huidige en toekomstige leefbaarheid van de aarde en haar bewoners zwaar op de proef. Zij brengt de toekomst van onze kinderen in gevaar. Dit kan niet de bedoeling zijn.
Recht doen aan elkaar
Alleen samen kom je verder. Velen elders in de wereld streven immers ook naar dezelfde zegeningen voor henzelf en hun kinderen . En heeft niet iedereen evenveel recht op voldoende voedsel, goede huisvesting, gezondheidszorg, onderwijs en inkomsten om in de dagelijkse behoeften te voorzien? Of zelfs op een auto, een koelkast en een vliegvakantie? Maar als alle mensen zouden leven als bijvoorbeeld de gemiddelde Nederlander, hebben we aan twee aardbollen nog niet genoeg. Onze verre voorouders trokken verder naar een andere akker wanneer de hunne uitgeput raakte. Het leven speelde zich toen vooral af op lokaal niveau. Vandaag kunnen we echter niet verder trekken naar een volgende akker. De gehele aarde is onze akker geworden en de daarop levende wereldgemeenschap wordt tegenwoordig omschreven als a global village. Internet en mobiliteit hebben afstanden verkleind. Vrijwel alles is met elkaar verbonden. In Nederland importeren we bloemen uit Kenia, gaan op vakantie naar Gambia en onze uitstoot van CO2 treft vooral de zwakste ecosystemen en de armste mensen elders. Mede-christenen elders in de wereld vragen, bijvoorbeeld in de Accra-verklaring, om in gedachten en keuzes rekening te houden met de global village en die ene akker. Iintimiteit en solidariteit ten aanzien van deze global village en de zorg voor deze ene akker zijn echter nog geen vanzelfsprekendheden. Daarom is duurzaamheid een uitdaging voor vandaag. Een uitdaging waarin de viering van het leven centraal staat.
Decennia geleden is duurzaamheid begonnen als een economisch en ecologisch vraagstuk. Het heeft zich sindsdien ontwikkeld tot een breder thema. Velen kennen de Triple P-benadering van John Elkington (1997): Profit, People en Planet.
Deze benadering is toonaangevend in het bedrijfsleven binnen het denken over Maatschapelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). Het gaat in deze benadering om een verantwoorde omgang met economie, mensen en natuur. Het is een zoektocht naar een zorgvuldige balans tussen Profit (winst), People (mensen) en Planet (natuur). Op welke wijze gaat de één niet ten koste van de ander. De drie P’s worden vaak als volgt weergegeven.
Duurzaamheid daagt iedereen uit verantwoordelijkheid te nemen. Er bestaat echter geen uitgestippeld duurzaam traject. Duurzaamheid is veel eerder navigeren en bakens verleggen op onbekend terrein. Het is een weg van vallen opstaan. Hier is moed voor nodig. Sommigen laten dit al zien. Bedrijven richten zich bijvoorbeeld steeds meer op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Ze worden zich ervan bewust dat er meer is dan financieel rendement alleen. Ook de lokale geloofsgemeenschap wordt uitgedaagd om verantwoordelijkheid te nemen. Niet in de laatste plaats omdat ook in de lokale geloofsgemeenschap de omgang met geld, mensen en natuur aan de orde van de dag is.
De Triple P-benadering is daarom ook bruikbaar voor de geloofsgemeenschap. Toch moet de lokale geloofsgemeenschap dit model vanuit haar eigen identiteit eerst kritisch doordenken. Dan pas doet ze recht aan zichzelf en het proces van duurzaamheid. Zij moet het model verdiepen en verrijken door het te waarderen vanuit het christelijk geloof. Want alleen door dit geloof krijgt de geloofsgemeenschap oog voor het doel dat God met zijn schepping heeft.
Dit geloof is geen set van waarheden of een pakket van geboden en verboden. In de eerste plaats is het een manier van omgaan met jezelf, met de werkelijkheid om je heen, met mensen, dieren en dingen. Het christelijke geloof is een levend verhaal waarin het leven van mensen een plaats heeft en waarin bepaalde vormen van leven als zinvol verschijnen. Dit geloof helpt mensen om vruchtbaar betrokken te zijn op eigentijdse vraagstukken. Deze vraagstukken zelf en de sporen van God die erin aan het licht komen, kunnen mensen dan opnieuw leren handelen. In de christelijke spiritualiteit is er een diep besef, dat de omgang met jezelf, andere mensen en de niet-menselijke schepping te maken heeft met de beloftevolle wijze waarop God zich tot de schepping verhoudt. De kerk van Schotland omschrijft spiritualiteit dan ook als een poging om te groeien in fijngevoeligheid ten aanzien van jezelf, anderen, de niet-menselijke schepping en God, die in en boven dit alles is.
De ander ver weg
De geloofsgemeenschap koopt veel producten, die elders in de wereld geproduceerd zijn: koffie uit Zuid-Amerika, bloemen uit Kenia en houten banken uit Indonesië. Met deze aankopen haalt de geloofsgemeenschap de wereld in huis. Toch is het erg lastig om de wereld achter deze producten zichtbaar te maken. Vaak is alleen de prijs van de goederen zichtbaar. Deze prijs is meestal geen afspiegeling van de wereld achter het product. De prijs wordt veel meer bepaald door anonieme krachten op de internationale markt. Juist vaak vanwege deze anonimiteit, gaat het kostenbewustzijn van de consument slechts zelden verder dan de te betalen prijs. Kostenbewustzijn betekent dan het bewust zijn van het eigen financiële belang. Dit is veelal de laagste prijs.
Gelovigen geven veel geld uit aan goede delen, dat blijkt elk jaar weer uit onderzoeken. Als het daarbij blijft, wordt dan aan ieder gegeven waar hij of zij recht op heeft? Is dat gerechtigheid? Gerechtigheid betekent ook een eerlijke prijs betalen voor goederen op de markt. Sociale (en ecologische) keurmerken bieden steeds meer mogelijkheden om een rechtvaardige prijs te betalen. Een prijs die recht doet aan de ander. Deze keurmerken proberen alle sociale (en ecologische) kosten van een product weer te geven in de prijs. Zo proberen ze ‘ieder het zijne te geven’. Hierdoor kunnen producenten op basis van hun eigen inkomsten voorzien in basisvoorzieningen en bouwen aan een menswaardig bestaan. Dat keurmerken niet perse duurder zijn, bewijst het keurmerk Utz Certified. Veel geloofsgemeenschappen in binnen- en buitenland laten zich in hun inkoopbeleid leiden door dergelijke keurmerken. Zo is in de landen om ons heen het initiatief Fair Trade Church al een groot succes. Waarom zou dat in Leek niet kunnen? Gerechtigheid in de boodschappen betekent heel concreet bijdragen aan sjaloom. Dat is nog eens leuk shoppen!
Duurzaamheid daagt de lokale geloofsgemeenschap uit opnieuw kritisch te kijken naar wat de verhalen in de bijbel zeggen over God en zijn belofte. Wanneer we kijken naar deze verhalen dan zien we al in het begin van de bijbel dat God niet alleen betrokken is op het individu en zijn of haar ziel. In Genesis 1 zien we God al bezig om de hemel en aarde te scheppen. Hij is bezig om de chaos en de oerkrachten hun plaats te wijzen en de aarde bewoonbaar te maken voor al het leven. Johannes 3: 16-17 wordt vaak omschreven als de fundamentele samenvatting van de Bijbelse verhalen. Ook in deze samenvatting vinden we dat God betrokken is op heel zijn schepping: "Want God heeft zijn Zoon niet naar de wereld (kosmos) gezonden om de wereld te veroordelen, maar om door Hem de wereld te redden." Het gaat God dus niet alleen om de individuele mens, maar om de kosmos, om de schepping in z'n geheel. Ook Paulus heeft het in zijn brief aan de gemeente te Rome (Romeinen 11: 12,15) niet alleen over de mens, maar over de wereld (kosmos). God is bezig om van deze wereld een woonplaats te maken voor al het leven. Hij wil dit echter niet alleen doen.
God roept de mens
In het scheppingsverhaal heeft God ook een taak in gedachten voor de mens. Hij roept mensen om in vrijheid met hem mee te doen. God wil met mensen een verbond sluiten. Een verbond waarbinnen de mens meedoet met God. Het verbond markeert een geschiedenis waarin God de mens roept om deel te nemen aan de opbouw van de wereld . De geloofsgemeenschap bestaat uit mensen die gehoor proberen te geven aan deze roeping. Soms wordt deze roeping sterk vergeestelijkt. Maar in Genesis 2: 15 klinkt deze roeping heel praktisch. De mens wordt geroepen om de aarde te bewerken en te bewaren. Het doel van dit Hebreeuwse woordpaar awoda en sjamar (bewerken en bewaren) is om de tuin (de planten, de bomen en de dieren) tot zijn recht en bestemming te laten komen. De dieren en de aarde staan in dienst van de mens, maar het is niet hun bestemming om alleen maar de mens te dienen. Ze hebben ook een eigen bestemming die de mens dient te respecteren. Ze staan dus in dienst van elkaar en samen staan zij in dienst van God en zijn rijk.