Zondag 22 december 2019, 4e advent

Predikant: ds. Feenstra, de Bijbeltekst is uit Micha 6: 1-8

Heel de schepping komt opnieuw tot leven met de geboorte van Jezus. Legenden verhalen dat allerlei bloemen uit hun winterslaap ontwaakten en in één ogenblik bloeiden. De Kerstroos, met een kroontje in het hart, wat staat voor overleven was de enige die is blijven bloeien door sneeuw en ijs heen.

In de kerststal zien we Maria en Jozef, moe na de lange reis en in afwachting van de geboorte van Jezus. In het wiegemandje staan witte bloemen.

De cyclaam is een plant voor Maria, de donkere vlekken op het hartvormige blad verwijzen naar het verdriet en bloedend hart van de moeder van Jezus.

De hyacint staat voor hemels verlangen, de witte kleur staat voor ongereptheid en zuiverheid.

Mensen van de kribbe beseffen niet dat God, als witte bloemen in de winter ons leven binnen breekt, onhoorbaar zacht en dicht bij ons en zo aards nabij, in zoveel verschillende mensen.

Mensen van de kribbe ontdekken weer die stille kracht tot vrede. Zij worden klein en stil, als witte bloemen in de winter En vinden God, kinderlijk nabij, in het hart van deze tijd.