Liturgisch Bloemschikken

Symbolisch bloemwerk

Symbolisch bloemwerk ook wel liturgisch bloemwerk genoemd, is het verhaal met bloemen. Bloemen spreken een taal waar woorden niet kunnen reiken. Aan de hand van een schriftlezing, lied of thema maken we een ‘bloemstuk’. Zoeken we naar symbolen, getallen, vormen en schiktechnieken die daarbij passen.

Johannes 20:1 t/m 18

Een nieuwe start

Maria zag het lege graf en ging op zoek naar Jezus.
Hij noemt haar naam: Maria en zij antwoord Hem.

In de schikking het geopende, lege graf op de achtergrond.
Maria, de witte roos, gaat weg van het graf, naar de discipelen.

Pasen, de rouw voorbij, het verdriet voorbij: een nieuwe start.
Pasen is met Maria meezeggen: Ik heb de Heer gezien, echt waar.

Ik heb de Heer gezien, ook al geloof jij me niet, ik heb Hem gezien.

Blijf niet bij mijn graf met je verdriet.
Sta hier niet stil, blijf hier niet.
Ik ben niet dood, kijk om je heen tot je me ziet
In het lachen van een kind,
in het zonlicht op het koren,
in de rimpeling van wind.

Sta hier niet stil, blijf hier niet.
Ik ben niet dood, kijk om je heen tot je me ziet.

 

(uit het lied: Tot je me ziet, van Jedi Noordegraaf)


Genesis 1:12

De aarde bracht jong groen voort; allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was.


Bij het kruis

Wij zijn gekozen door de Vader
Verlost door de zoon
Verzegeld door de Heilige Geest


De voetwassing

Glimlachend en vol zelfvertrouwen
zaten zij aan de Paasdis.
Maar vlak daarop ging alles mis
en keek de Meester naar hen.
Eén voor één, in de gevallen stilte, keek Hij hen aan.
Om daarna zelf op te staan,
zijn overkleed afleggend
en nog almaar niets zeggend
voorzag Hij zich van water en een doek.

En zij? Koppig zwijgend, elkaar beglurend
vanuit hun ooghoek zagen zij toe
hoe Jezus voor hen knielde.
En,  wat hen verraste,
hen één voor één de voeten waste.
Hij – hun Meester – van wie ze hielden.
Voor zulk werk moest je slaaf
of de minste van allen zijn.
Dat de Meester dit deed
was beschamend – deed pijn.

Petrus hield de stilte niet langer vol.
“U mijn voeten wassen?
Dat is al te dol.
Dat mag niet gebeuren in der eeuwigheid.”

“Het gebeurt daarom nú – in deze tijd.
Zonder wassing kun je Mij niet toebehoren.
Steek dus gehoorzaam je voeten naar voren.”

“Maar lieve Heere – U bent alles voor mij –
Was niet slechts mijn voeten,
maar mijn hoofd er nog bij.”

NU, eeuwen later, bedenken wij in schuld:
niets is er veranderd. Ook heden weer
knielt de Heiland, met liefde en geduld,
om ieder van ons te wassen, neer.
En Zijn vraag is nog steeds
“Wilt U Mij toebehoren?”


 

 

 

 

 

 

 

Vandaag is het Palmpasen, de liturgische kleur blijft nog paars met wat rood. Volgens oude tradities maken kinderen voor deze zondag een Palmpasenstok. Deze bestaat uit een kruis met een broodhaantje er bovenop,  een takje van de buxus, 12 doppinda’s, 30 rozijnen en verder eieren, snoepgoed en versieringen.
Het kruis wijst naar Goede Vrijdag, de dag dat Jezus aan het kruis sterft.
De broodhaan staat voor het breken van het brood tijdens het laatste maal van Jezus met zijn vrienden, maar ook naar Petrus die, voor de haan kraait in de ochtend, al 3 keer had gezegd dat hij Jezus niet kende.
De 12 pinda’s staan voor de vrienden van Jezus en de 30 rozijnen voor de zilverlingen waarmee Judas Jezus verraadde.
De eieren als teken van een nieuw begin en het snoepgoed  voor het op handen zijnde Paasfeest.
De buxustakjes staan symbool voor de palmtakken waarmee werd gezwaaid naar Jezus toen hij op een ezel naar Jeruzalem reed.
Palmpasen is het begin van de Goede Week. Volgende week zondag is het Pasen.

Tekst: Elly en Rikkert Zuiderveld

PALMPASEN

Wij zwaaien met takken
En pakken de kleden
En spreiden ze uit op de straat
Waar zachtjes en nederig
Jezus de Vredevorst
langs de wegen gaat

Wij zwieren met palmen
met bloemen en halmen
En sieren de straten voor Hem
Hij komt op een ezeltje
Jezus de Vredevorst
in Jeruzalem
Hosanna


 

 

 

 

 

 

Lezing: Johannes 12:20-33

Thema van deze zondag is ‘Onder de grond’.

In de schikking zien we enkele graankorrels onder de grond, de zwarte vruchtbare aarde. En ernaast  vele, vele graankorrels die aan het einde van de zomer geoogst zullen worden.

Onder de grond van de verstilde, zwarte akker wacht de graankorrel.
Bedekt door een laag donkere aarde breekt de graankorrel en sterft.

Nieuw leven, teer en groen, worstelt zich naar boven, zoekend naar het Licht.
Gezegend door Gods warme zon, zal de graankorrel heel veel nieuwe korrels voortbrengen.


De liturgische kleur is paars, met een beetje roze, als teken van het komende licht van Pasen.
Wij volgen het project en vandaag is het Joh. 6 : 4 – 15.
Duizenden mensen hebben genoeg aan 5 broden en 2 vissen.
Jezus laat zien dat het in het leven goed is om je hand op te durven houden. Je mag vertrouwen dat God je voldoende geeft, vaak meer dan je nodig hebt.

God, in het groene gras
zitten de mensen vertrouwend,
op de stem van Hem die deelt.
Die stem is het
die ons aanzet tot delen.

De vele mensen zijn uitgebeeld in de veelkleurige tulpen. De witte bloem is onze Heer.
Brood en vis is er voldoende.


De lezing is uit Prediker 3: 1-13. Alles heeft zijn eigen tijd.

Dat alles niet zo vanzelfsprekend is, hebben we door het coronavirus in het afgelopen jaar ondervonden. Het heeft ons leven danig in de war gebracht. En we kijken uit naar de tijd dat alles weer normaal is.
Vandaag bidden we voor gewas, voor alles wat groeit en bloeit en dat het vrucht mag dragen. Voedsel voor de mensen en de dieren. Als we het goed verdelen, is er genoeg voor iedereen. We bidden voor de mensen die het in deze tijd niet meer zien zitten, omdat ze geen werk en inkomen meer hebben. Hun bestaan is onzeker, ze weten niet waar ze aan toe zijn.

Alles heeft zijn eigen tijd lezen we in Prediker. Dit heb ik geprobeerd weer te geven. De zakjes met boontjes en zaden liggen als cijfers van de klok. Alles moet op z’n tijd gepoot en gezaaid worden.

Het coronavirus wordt uitgebeeld door een bloemkool met peentjes, echt Hollandse groente, het dringt zich aan ons op.
In het midden van de klok staat een gieter met daarin witte tulpen en deze staan voor het gebed.


De kleur is paars.
Tekst: Johannes 2: 13 – 22.
In de werken van barmhartigheid is het thema vandaag: De vreemdeling herbergen.

Op de avondmaalstafel staat een huis, het is goed schoongemaakt, de bezem ging erdoor! Op de stoep liggen nog enkele Judaspenningen, die refereren aan Johannes 2, waarin Jezus de tempel schoon veegt.
Als het huis schoon is kan je gasten ontvangen, rond de tafel zien we een diversiteit aan bloemen, die het gezelschap rond de tafel verbeelden. De tafel is rond. Alle plaatsen om de tafel zijn gelijkwaardig, niemand aan het hoofd, niemand belangrijker dan de ander.

Soms is een mensenleven zo gekwetst,
dat brood niet meer verzadigt
en water niet meer laaft.
Dat vuur niet meer verwarmt
en een huis niet meer herbergt.
Wonden worden soms alleen geheeld
als iemand het opbrengt
om voor een ander
brood en water,
vuur en huis te zijn.
Er is veel vraag naar zo een mens,
die voor een ander
nabij is als God.
Alleen vraag ik me af
wat ik ben:
de vraag… of het antwoord.


Tekst: Matth. 25:35

Thema: ‘De dorstige drinken geven’

Vandaag is dit het 2e onderdeel van de zeven werken van barmhartigheid.Uit de bron stroomt het water. Water dat we nodig hebben om te kunnen leven.Dit symboliseren wij met deze schikking. De paarse kleur duidt op ingetogen zijn.

Laat het water stromen, laat iedereen drinken en delen. Door mensen van water te voorzien, laten we onze naastenliefde zien en zorgen we tevens voor de geest.De betekenis van ‘bron’ is o.a. de oorsprong, het begin, het ontstaan.
Jezus is de bron van ons leven.
Het water vloeit uit de bron, het zorgt voor groei en bloei.